Nieuwe fosfaatnormering voor gebruiksnorm

Vanaf 1 januari 2021 is de bepaling van de fosfaattoestand vernieuwd. Zowel voor grasland als bouwland wordt de toestand dan vastgesteld op basis van de volgende 2 indicatoren; het P-AL getal en het P-CaCl getal (ook wel het P-PAE getal genoemd). Het Pw-getal vervalt.

Tot en met 2020 blijft het P-AL-getal (grasland) en het Pw-getal (bouwland) van toepassing voor het bepalen van de fosfaattoestand van de grond. Het is de afspraak om per 1 januari 2021 een gecombineerde indicator in te voeren om de fosfaattoestand van zowel grasland als bouwland te bepalen. Dit wordt een combinatie van:
  • Het P-AL getal. De bodemvoorraad, die een beeld geeft van de totale hoeveelheid fosfaat in de bodem.

  • Het P-CaCl getal. De plant beschikbare voorraad, die een indicatie geeft van de beschikbare hoeveelheid fosfaat in de bodem. Dit wordt ook wel het P-PAE getal genoemd.

Er zijn situaties waarin de nalevering uit de bodemvoorraad stagneert. Dit is het geval als het fosfaat gebonden is aan ijzer of aluminium (bij een lage pH) of aan organische stof of calcium (bij een hoge pH). Er is dan wel veel fosfaat in de bodemvoorraad aanwezig, maar de plantbeschikbaarheid is laag. Er is dan er een hogere fosfaatgift nodig.

De nieuwe wetgeving houdt hiermee rekening. Per 1 januari 2021 verandert als gevolg daarvan ook de klasse-indeling. Deze wordt voortaan gebaseerd op de meting van zowel de plantbeschikbare hoeveelheid fosfaat (P- CaCl2) en de fosfaatvooraad (P-Al). Die nieuwe klasse-indeling sluit nauwkeuriger aan bij de fosfaattoestand van een perceel.

In de tabellen is de fosfaatgebruiksnorm bij de betreffende fosfaattoestand opgenomen, geldig vanaf 2021.

Tabel 1: Fosfaattoestand en fosfaatgebruiksnormen grasland


Tabel 2: Fosfaattoestand en fosfaatgebruiksnormen bouwland


Er is geen heldere en duidelijke overgangsregeling opgenomen, maar in het 6e Actieprogramma is echter aangegeven dat bestaande analyses, van de fosfaattoestand van een perceel, ook na 1 januari 2021 geldig blijven (maximaal vier jaar vanaf monsterdatum). Voorwaarde is wel dat deze monsteruitslagen dan ook zijn gebruikt bij de opgave en aanvraag van de fosfaatdifferentiatie voor 2020 in de Gecombineerde Opgave van 2020. Pas vanaf 1 januari 2021 zou bemonstering moeten plaatsvinden op basis van de gecombineerde indicator.

Voorbeeld: een bodemanalyse van een perceel van 4 hectare grasland toont een P-AL getal van 25 en een P-PAE getal van 2,7. In 2020 valt dit perceel in de klasse P-AL 16 t/m 26, oftewel in klasse ‘laag’, waarbij een norm van 105 kg fosfaat per hectare geldt. Vanaf 2021 is de indeling van de klassen anders en telt ook het P-PAE getal mee in de bepaling. Zoals in de bovenste tabel te zien is, valt ditzelfde perceel volgens de nieuwe bepaling in klasse ‘ruim’, waarbij een norm van 90 kg per hectare geldt. Dat betekent een verlies van 15 kg fosfaatplaatsingsruimte per hectare, ofwel een verlies van 60 kg fosfaatplaatsingsruimte voor dit ene perceel.

Voor akkerbouwers betekent een verlaging van de fosfaatplaatsingsruimte een beperking in de aanvoer van meststoffen. Voor melkveehouder kunnen de effecten nog groter zijn. Minder fosfaatplaatsingsruimte betekent een groter fosfaatoverschot. Dus meer mest afvoeren en meer fosfaat verwerken in het kader van de mestverwerkingsplicht. Daarnaast levert het mogelijk problemen op in het kader van de Wet Grondgebonden Groei. In dat geval moet, óf extra land in gebruik genomen moeten worden, óf de fosfaatproductie van veestapel moeten worden verkleind!

Advies is om nu al de gevolgen van wijzigingen voor uw bedrijf in beeld te krijgen. Laat u bij het opstellen van het bemestingsplan aankomend voorjaar niet verrassen door de uitkomsten. De tijd tot het invullen van de Gecombineerde Opgave en daarmee het vaststellen van de dierlijke mestplaatsingsruimte is dan nog beperkt. Als u dan nog op zoek moet naar extra land valt wellicht niet mee en zorgt voor onvoorziene kosten.

Bram den Hollander
bram@idv-advies.nl
06-22 81 61 15.

Deel dit artikel