Aanvraagperiode sde ++ 2020 najaar uitgesteld

De corona problematiek heeft ook zijn invloed gehad op de realisatie van duurzame energieprojecten. De planologische procedure heeft bij een aantal projecten vertraging opgelopen mede ook doordat bij gemeenten ambtenaren van thuis moesten gaan werken. Overleg werd hierdoor lastiger.
Minister Wiebers heeft daarom besloten om de aanvraagperiode met 8 weken uit te stellen om zo voor een aantal projecten het mogelijk te maken deze procedures af te ronden. In dit artikel worden enkele zaken nog eens op een rijtje gezet.

Algemeen

De SDE++ regeling is voor dit najaar op een aantal belangrijke punten aangepast/gewijzigd. In de afgelopen jaren is de regeling wel regelmatig aangepast en van SDE naar SDE+ gegaan, maar de aanpassingen waren van beperkte aard.  De CO² reductie is voor het eerst een belangrijke rol gaan spelen in de regeling, de regeling is van SDE+ naar SDE++ gegaan. Het aantal categorieën is door de mogelijke investering in een CO² reductie fors toegenomen en ligt rond de 100. De mate van CO² reductie in relatie tot de verstrekte euro subsidie is een belangrijk criterium. Gezien het groot aantal categorieën is dit artikel verder gericht op de categorieën, die het meest van belang zijn voor agrarische ondernemers. Dit betreft dan ZON PV op dag, grondgebonden ZON PV en windenergie.

Korte terugblik op de regeling van het voorjaar 2020. Voor de regeling in het najaar van 2019 was er een budget beschikbaar van € 5 miljard, er werd echter voor ruim € 9,1 miljard aangevraagd. Gezien de vele afwijzingen heeft de minister besloten tot een extra openstelling van de regeling in het voorjaar in 2020, dit in belangrijke mate onder de voorwaarden van 2019. De minister stelde een budget beschikbaar van € 4 miljard. In tabel 1 is een overzicht opgenomen van ingediende en beschikte aanvragen. In de tabel zijn de aanvragen voor ZON PV en windenergie vermeld. Alle andere categorieën zijn samengevoegd onder “overige”.

Tabel 1. Overzicht van de ingediende en beschikte aanvragen  en bedragen voor de SDE+ 2020 voorjaar. Budget in miljoen euro
Categorie Ingediende aanvragen Aangevraagd budget Beschikte aanvragen Beschikt Budget
ZON PV 7.395 2.513 6.882 2.148
Windenergie 40 140 34 134
Overige 127 1.484 96 1.021
Totaal 7.562 4.137 7.012 3.303


Het beeld is hiermee hetzelfde als in de voorgaande aanvraagperioden in de afgelopen jaren. De aanvragen voor ZON PV zijn verreweg het grootst in aantal, mee van de kleinste in budget per aanvraag en vallen het meest af (vooral bij een overschrijding van het budget).

Aanvraagperiode najaar 2020

In tabel 2 zijn voor dit najaar de aanvraagperioden per fase opgenomen met de daarbij behorende fasegrens in €/ton CO². Voor het najaar is er een totaal budget beschikbaar gesteld van 5 miljard euro.

Tabel 2. Openstellingsronde SDE++ 2020 najaar.
Periode Fasegrenzen €/tonCO²
24 november 2020;   9.00 uur 70
30 november 2020; 17.00 uur 85
07 december 2020; 17.00 uur 180
14 december 2020; 17.00 uur 300
17 december 2020; 17.00 uur sluiting  


In de voorwaarden zijn vrijwel geen wijzigingen aangebracht.  Voor deze voorwaarden wordt verwezen naar eerdere artikelen over de SDE of naar de website van de RvO. Aanvragen dienen bij de RvO te worden ingediend.

Basisbedragen SDE++ 2020 najaar.

In tabel 3 zijn voor een beperkt aantal categorieën de basisbedragen opgenomen. Ook binnen zonne-energie en windenergie zijn er nog meer categorieën dan in de tabel zijn vermeld, zoals bij voor zon op water, zonvolgende systemen en wind op waterkeringen en windenergie met hoogtebeperkingen. Bij windenergie blijft de gemeentelijke indeling van toepassing.

Tabel 3. Basisbedragen en enkele categorieën op gebied van ZON PV en windenergie. Voor ZON PV zijn de bedragen opgenomen voor fase 3
Categorie Basisbedrag in ct./kWh.
Zon PV > 15 kWp en < 1 MWp 8,00
ZON PV > 1MWp op gebouwen 7,40
ZON PV > 1 MWp grondgebonden 6,90
Windenergie  
≥  8,0 en < 8,5 m/s 4,20
≥  7,5 en < 8,0 m/s 4,50
≥  7,0 en < 7,5 m/s 4,80
≥  6,75 en < 7,0 m/s 5,20
< 6,75 m/s 5,60


Tabel 3 is maar een beperkte weergave van alle categorieën, voor een veel uitgebreider overzicht wordt verwezen naar de website van de RvO. Dit geldt ook voor de voorwaarden, wijze van indienen van een aanvraag e.d.

Jan Withagen.
Projectmanager Duurzame Energie.
jan@withagenpena.com

Tel : 0032 477 905 480


Bron voor dit artikel: Algemene Uitvoeringsregeling SDE (22-09-2020) en Aanwijzingsregeling categorieën (22-09-2020) , zoals deze zijn gepubliceerd in de Staatscourant. Aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend.

Deel dit artikel

Lees verder ›

Legalisatie PAS melding; doorgeven bij RVO voor 1 oktober

Als u tussen 2015 en 29 mei 2019 een PAS (Programma Aanpak Stikstof) melding heeft gedaan kan het volgende voor u van belang zijn.

Het PAS kan sinds de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 niet meer worden gebruikt als onderbouwing voor een vrijstelling van de vergunningplicht van de Wet natuurbescherming. Dat geldt ook voor de voormalige vrijstelling van de vergunningplicht voor activiteiten met een depositiebijdrage onder de grenswaarde van 1 mol/ha/jr waarvoor een PAS-melding is ingediend. Voor gemelde activiteiten die zijn of worden uitgevoerd is alsnog toestemming op grond van de Wet natuurbescherming nodig, tenzij significante negatieve effecten van de stikstofdepositie op voorhand kunnen worden uitgesloten.

Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft in haar kamerbrief van 13 november 2019 aangekondigd dat zij de meldingen legaal wil houden, mits het gemelde project op 29 mei 2019 voldeed aan een van de volgende voorwaarden:
1) het project was volledig gerealiseerd, installaties, gebouwen en infrastructuur en dergelijke waren opgericht;
2) het project was weliswaar nog niet volledig gerealiseerd, maar de initiatiefnemer had aantoonbaar stappen gezet met het oog op volledige realisatie;
3) het project was weliswaar nog niet aangevangen, maar daarvoor waren wel al aantoonbaar onomkeerbare, significante investeringsverplichtingen aangegaan.

De provincies willen samen met het ministerie van LNV de omvang van de PAS-meldingen in kaart brengen om te zien hoeveel stikstofruimte er daadwerkelijk nodig is om deze meldingen te legaliseren en om te zetten in een natuurvergunning.

Is het bovenstaande nog voor u van toepassing dan is het belangrijk dat u dat voor 1 oktober aan RVO doorgeeft.
Er hoeft geen actie te worden ondernomen als de melding inmiddels al is omgezet in een vergunning of de activiteit is dusdanig aangepast dat er van de in de melding genoemde toename van de stikstofdepositie geen sprake meer is.
Dus:
  • heeft u tussen 2015- en 2019 een PAS melding gedaan
  • heeft u de gemelde activiteit gerealiseerd, aantoonbare stappen gezet of bent u onomkeerbare investeringsverplichtingen aangegaan
  • geef dit dan voor 1 oktober 2020 door op het formulier op de RVO-website onder vermelding van het nummer van de Aerius berekening
Heeft u hierover nog vragen dan kunt u contact opnemen met:

Elly Brouwer
Ruimtelijke Ontwikkeling Buitengebied
elly@brouweragrarischadvies.nl
06-17005241

 
Deel dit artikel

Lees verder ›

Tegemoetkoming fritesaardappelregeling

Tot 31 oktober kan er een vaststelling worden aangevraagd voor de aangevraagde tegemoetkoming fritesaardappelregeling. Voordat u de definitieve vaststelling doet, moet u eerst een wijzigingsverzoek indienen om de exacte kilo’s doorgeven die onder de regeling vallen. Dit moet u dus doen voordat u de definitieve vaststelling doet. Ook de ondernemers die meer dan € 25.000,- aanvragen kunnen dit wijzigingsverzoek al indienen. Op deze manier krijgt RVO zicht op de totale aantal kilogrammen wat onder de regeling valt. Na dit wijzigingsverzoek krijgt u een ontvangstbevestiging van RVO. Omdat één en ander moeilijk te vinden is op de RVO site, volgen hieronder de stappen die u moet doen.
 
Na het inloggen
¨1. inloggen, ga naar home, ga naar subsidies en financiering aanvragen, naar beneden scrollen, tegemoetkoming fritesaardappeltelers aanklikken.
·2. Ga naar beheren, ga naar optionele taken, ga naar wijzigingsverzoek indienen, en reden van de wijziging  doorgeven en versturen.  

Succes ermee,

Voor vragen kunt u contact opnemen met Jan Moggré (06-38787855)
 
 
Deel dit artikel

Lees verder ›

Wijzigingen bij inzaaien vanggewassen tijdig melden

Telers die op een andere datum, dan vooraf opgegeven, een vanggewas inzaaien, moeten dit tijdig melden bij RVO.

Het gaat om telers die het ecologisch aandachtsgebied met de teelt van vanggewassen na de hoofdteelt (bv tarwe, uien of pootaardappelen) hebben ingevuld. Veranderingen in die vanggewassen kunt u tot en met 15 oktober doorgeven in de Gecombineerde opgave op de website van RVO.nl.

Wanneer u op een andere datum gaat inzaaien of oogsten, dan moet de wijziging van de ingangsdatum van de achtwekenperiode aan RVO.nl worden gemeld. De termijn van 8 weken gaat in op de datum van melding. Dit kan niet met terugwerkende kracht. Wanneer er eerder wordt ingezaaid of geoogst, dan moet dit uiterlijk op die nieuwe datum zijn gemeld.

Veranderingen:

Welke veranderingen moet u aan RVO.nl doorgeven?
• Veranderingen in vanggewassen (gewas en/of categorie);
• Aangepaste inzaaidatum van volgteelten;
• Veranderingen in de oogstdatum van een hoofdgewas;
• Wisselingen in de percelen die voor vanggewassen worden gebruikt.

Stappenplan

U kunt de gegevens van de vanggewassen makkelijk aanpassen:
1. Ga naar de pagina Gecombineerde opgave op mijn.rvo.nl; 2. Klik onder Direct regelen op de knop Invullen; 3. Klik onder het kopje Aanpassen volgteelten Ecologisch aandachtsgebied op de knop Regelingen-Grondgebonden; 4. Selecteer de percelen en pas de gegevens aan; 5. Klik op Opslaan of Opslaan en volgend perceel; 6. Ga naar Ondertekening en verstuur de aangepaste opgave met een TAN-code. Als u eHerkenning bent ingelogd, kunt u ook met eHerkenning ondertekenen.

Bram den Hollander
bram@idv-advies.nl
06-22 81 61 15.

Deel dit artikel

Lees verder ›

Pachtprijzen 2020


In een brief gericht aan de Kamer heeft minister Carola Schouten toelichting gegeven ten aanzien van de nieuwe pachtnormen. De normen gaan in op 1 juli 2020, in de praktijk betekent dit voor de pachter en verpachter dat de wijzigingen ingaan met ingang voor het eerstvolgende pachtjaar.

In de melkveegebieden zijn de normen omlaag, in de akkerbouwgebieden omhoog behoudens het noordoosten van het land.

In het Zuidwestelijk akkerbouw gebied stijgt de pacht met 20% van € 315,-- naar € 377,-- per ha.
De pachtregio Zuidwest Brabant daalt met 1% naar € 761,-- per ha.

De bedrijfsgebouwen binnen de pacht stijgen komend jaar met 2,19%

Cornelis Lokker en Ronny Vette




Deel dit artikel

Lees verder ›

Meewerkend kind en verzekeringen bij ziekte/arbeidsongeschiktheid

Als uw zoon/dochter binnenkort van school komt en een baan gaat zoeken, kan het zijn dat u er samen voor kiest dat hij/zij bij u op het bedrijf komt werken. Bij werken hoort een beloning, maar welke beloning past bij jullie situatie? En hoe zit het met de verzekering tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid? Bij de keuze van een beloningsvorm spelen uiteraard fiscale mogelijkheden/voordelen ook een belangrijke rol. Ik adviseer u dit met uw accountant/boekhouder te bespreken. Maar soms is de arbeidsongeschiktheidsverzekering belangrijker omdat uw kind al gezondheidsproblemen heeft. In dit artikel beperk ik mij tot de kinderen die fulltime op het bedrijf gaan werken. Voor kinderen die naast hun school of studie op het ouderlijk bedrijf werken gelden andere regels.


Welke beloningsvormen zijn er?

Uw kind kan gaan werken als zelfstandige, bijvoorbeeld samen met u een samenwerkingsverband aangaan of hij/zij kan gaan werken in een dienstbetrekking. Voor het eerste zult u eerder kiezen als al duidelijk is dat uw kind de toekomstige bedrijfsopvolger is. Voor een dienstbetrekking kan gekozen worden als uw kind eerst nog meer ervaring op moet doen in het bedrijf. Voor het laatste kan ook gekozen worden met het oog op de verzekeringspositie van uw kind.

Samenwerkingsverband en verzekeren

Als u en uw kind een samenwerkingsverband aangaan, dan zal er in principe sprake zijn van ondernemerschap, uw kind wordt ondernemer. Dit heeft naast fiscale gevolgen en voordelen ook tot gevolg dat uw kind zichzelf zal moeten verzekeren tegen de financiële gevolgen van ziekte en arbeidsongeschiktheid bij een verzekeraar. Het kan gunstig zijn om al op jongere leeftijd in te stappen, omdat de premie dan vaak aanzienlijk lager is en de kans dat er gezondheidsproblemen zijn (met mogelijke uitsluitingen) kleiner is. U kunt hierover informeren bij uw assurantietussenpersoon. In onze volgende nieuwsbrief zal ik uitgebreider ingaan op de aandachtspunten bij het afsluiten van een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Dienstbetrekking en verzekeren

Als uw kind niet als ondernemer aan de slag gaat, maar bij u in dienst treedt, dan moet de vraag beantwoord worden of er sprake is van een echte dienstbetrekking of niet. Dit hangt met name af van de afspraken die u samen maakt. Zijn de afspraken vergelijkbaar met de afspraken die u ook met een ‘ gewone’ werknemer zou maken, bijvoorbeeld over de hoogte van het salaris, dan wordt uw kind sociaal verzekerd. Als er sprake is van afspraken die u niet met een ‘ gewone’ werknemer zou maken dan zal uw kind niet sociaal verzekerd worden. In deze flyer leest u meer over wel of niet sociaal verzekerd zijn. Er zal dus goed gekeken moet worden naar de feiten en omstandigheden, omdat deze bepalen of uw kind wel of niet in een echte dienstbetrekking werkzaam is.

Let op: Het zou kunnen zijn dat u denkt dat er sprake is van een ‘normale’ werkgevers/werknemers -situatie, maar dat het UWV hier anders over denkt. Daar loopt u tegenaan op het moment dat uw kind bij u in dienst ziek/arbeidsongeschikt of werkloos wordt. Het kan zijn dat het UWV de uitkering weigert, terwijl u als werkgever jarenlang premies hebt betaald. Uw kind krijgt dan geen uitkering en als werkgever is het maar de vraag of u de premies terug kunt vragen. Om dit te voorkomen kunt u voorafgaand aan de dienstbetrekking het UWV of de Belastingdienst vragen een beoordeling van de situatie te doen. Het UWV/Belastingdienst neemt een beslissing. Aan deze beslissing (mits de feiten niet gewijzigd zijn) kunt u als ouders/kind rechten ontlenen indien er ooit problemen zijn met het UWV over uitkeringsrechten.

Ik adviseer u dan ook om bij de indiensttreding van een kind altijd de Belastingdienst/het UWV om een beoordeling te vragen. U hebt dan vooraf/bij het begin van de dienstbetrekking al duidelijkheid over de rechten en plichten en voorkomt hiermee mogelijk problemen.

Bestaande gezondheidsproblemen

Toch kan het in sommige situaties, ondanks dat het misschien duurder is, aan te raden zijn om uw kind daadwerkelijk in dienst te nemen, juist als hij/zij op termijn het bedrijf over gaat nemen. Zoals gezegd ontstaat er sociale verzekeringsplicht op het moment dat uw kind in een echte dienstbetrekking bij u werkzaam is. Uw kind wordt dan, mits voldaan wordt aan de voorwaarden voor sociale verzekeringsplicht, bij het UWV verzekerd voor arbeidsongeschiktheid. Dit gebeurt zonder uitsluitingen, ook als uw kind al gezondheidsproblemen heeft. Nadat uw kind gedurende minimaal 1 jaar bij u in dienst is geweest kan hij/zij bij het UWV, binnen 13 weken nadat het dienstverband is geëindigd, een vrijwillige verzekering afsluiten tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid, waarbij ook bestaande klachten/ gezondheidsproblemen meeverzekerd worden. Deze ‘ constructie’ wordt vaker toegepast om kinderen die al op jonge leeftijd gezondheidsproblemen hebben gekregen en in de toekomst graag ondernemer willen worden, toch de mogelijkheid te geven zich goed te verzekeren tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid.

Let op: er moet voldaan worden aan de voorwaarden voor sociale verzekeringsplicht om deze opzet te realiseren!

Hebt u vragen over verzekeringsplicht voor meewerkende kinderen? Of wilt u weten op welke wijze u afspraken moet maken om te verzekeringsplicht met uw kind te regelen? Neem dan gerust en vrijblijvend contact met mij op.

Margreet van Drimmelen
06 -12653139


Deel dit artikel

Lees verder ›

Voorschot aanvragen basis- en vergroeningspremie

Heeft u dit jaar GLB-subsidie aangevraagd, dan kunt u een voorschot aanvragen…...

Door de huidige Coronacrisis kunt u dit jaar een voorschot aanvragen van € 300 per betalingsrecht. Het aanvragen kan van 18 mei t/m 15 juni 2020. De uitbetaling start vanaf 1 juli en dus bijna een half jaar eerder dan normaal. Het rentevoordeel (4 %) wat hierdoor ontstaat valt onder de “de-minimissteun”.

WAT IS ‘DE-MIMIMISSTEUN’?

Wanneer u een voorschot krijgt uitbetaald dan heeft u een financieel voordeel. Dit voordeel is de berekende rente over het voorschot, tot het moment van uitbetalen. U hoeft deze rente niet terug te betalen. Dit rentevoordeel is in de vorm van de-minimissteun. De-minimissteun heeft 3 voorwaarden:
  • Uw onderneming mag over een periode van 3 belastingjaren maximaal € 20.000 steun krijgen. Deze periode gaat over de afgelopen 2 jaren en het lopende belastingjaar. • Uw onderneming komt met het rentevoordeel over het voorschot niet over de drempel van € 20.000 aan de-minimissteun. • U ondertekent een de-minimisverklaring.


VOORBEELD

U heeft 60 hectare landbouwgrond opgegeven en uitbetaling van 50 betalingsrechten aangevraagd.
Uw voorschot is 50 x €300 = €15.000.
De rente over het voorschot is 4% van €15.000 = €600.
U ontvangt het voorschot ongeveer een half jaar eerder dan de definitieve betaling.
Uw rentevoordeel is €600 x 6/12 = €300.
Dit bedrag telt u op bij de al gekregen ‘de-minimissteun’ in de belastingjaren 2018, 2019 en 2020.

Aanvragen

U of uw adviseur vraagt uw voorschot aan op mijn.rvo.nl. Dit kan van 18 mei tot en met 15 juni 2020.

  Bram den Hollander
bram@idv-advies.nl
06-22 81 61 15.

Deel dit artikel

Lees verder ›

Salderingsregeling wordt afgebouwd

Na een uitstel van enkele keren/ jaren heeft minister Wiebes van Economische Zaken nu definitief besloten om de salderingsregeling te gaan afbouwen. Vooral voor de eigenaren van zonnepanelen is dit nadelig. De afbouw gaat in 2023. Jaarlijks mag er dan 9% minder worden gesaldeerd. In dit artikel wordt verder vooral uitgegaanvan de productie van duurzame elektriciteit van zonnepanelen. De minister heeft advies gevraagd aan de Raad van State. Vervolgens vindt er een behandeling in de 2de kamer plaats.

Salderen

Salderen houdt in dat de meer productie in de zomerperiode kan worden verrekend met de minder productie in de winderperiode. Dit kan allen worden toegepast door “klein verbruikers”, dit zijn bedrijven/particulieren met een maximale aansluitwaarde van 3 x 80 A. Er is geen relatie met het totale verbruik. In figuur 1 is de saldering weergegeven. In het figuur betreft dit deel B dat verrekend kan worden met deel C. Figuur 1. Overzicht van de productie en verbruikspatroon.



Bij de bepaling van het aantal panelen werd/wordt dit daarom vaak afgestemd op het totale verbruik op jaarbasis. Hierdoor dienen er “netto” geen elektriciteit te worden aangekocht en dus ook geen energiebelasting te worden betaald. De Rijksoverheid mist hierdoor dus inkomsten.

De afbouw

De afbouw gaat in 2023. Jaarlijks mag er in de periode van 2023-2030 9% per jaar minder worden gesaldeerd. In het jaar 2031 wordt de saldering volledig afgebouwd. In oorspronkelijk plannen van de minister zou de afbouw nog sterker zijn geweest, nl. 11% per jaar. In tabel 1 is een overzicht opgenomen van de percentages die in de komende jaren mogen worden toegepast.

Tabel 1. Overzicht van de definitieve afbouw per kalenderjaar.
Kalenderjaar Deel in de saldering.
2023 91%
2024 82%
2025 73%
2026 64%
2027 55%
2028 46%
2029 37%
2030 28%
2031 0%


Gevolgen

Er zijn een aantal gevolgen van de aanpassing. De belangrijkste daarvan zijn hierna weergegeven.
  1. De terugverdientijd wordt langer. Hierbij speelt het jaar waarin de investering in de zonnepanelen heeft plaats gevonden een rol. Is dit al 5 jaar of langer geleden, dan is het effect (zeer) beperkt. Belangrijk is ook de mate waarin de productie overeenkomt met het verbruik. In een aantal sectoren, zoals bv de akkerbouw, is het beeld vaak omgekeerd. De terugverdientijd kan dan wel enkele maanden tot jaren langer worden blijkt uit een onderzoek van TNO.
  2. Voor de productie van elektriciteit, die op het net wordt ingevoerd , wordt er een vergoeding ontvangen van de energieleverancier van 80% van het leveringstarief. Dit wordt een “redelijke vergoeding” genoemd. De minister gaat dit in de wet vastleggen. Dit deel wordt met de afbouw elk jaar groter. Dit betekent dat er ook afspraken met uw energieleverancier moeten worden gemaakt. Op dit moment is dit veelal 70% van de APX-prijs.
  3. Het kan noodzakelijk zijn dat uw meetinrichting moet worden aangepast. De meetinrichting moet in staat zijn om het in het net ingevoerde deel en de afname van elektriciteit apart te meten. Het wordt verplicht om een dergelijke meetinrichting te hebben.


Heeft u vragen of opmerkingen over bovenstaand, neem dan contact op met ondergetekende.
Jan Withagen
Algemeen Projectmanager duurzame energie
jan@withagenpena.com
tel: 0032 477 905 480

Deel dit artikel

Lees verder ›

Maatregelen rond het Corona-virus

Het corona-virus houdt Nederland in haar greep. We hebben zorgen over onze gezondheid, de gezondheid van onze (klein)kinderen, (groot)ouders, maar ook over ons bedrijf, ons personeel wellicht. In de afgelopen paar weken zijn de gevolgen van de overheids-maatregelen om het corona-virus in te dammen al hard aangekomen in de economie. Ook in de landbouw worden in bepaalde sectoren bedrijven en ondernemersgezinnen hard getroffen. Wij wensen iedereen die getroffen is door de maatregelen veel sterkte, maar hopen vooral dat u en uw naasten gezond blijven.

In deze nieuwsbrief besteden wij aandacht aan de regelingen die de overheid in het leven heeft geroepen om ondernemers financieel te steunen. De regelingen waarover wij u kunnen adviseren zijn verder uitgewerkt of wordt verwezen naar de agrarisch adviseurs. Bij de andere regelingen verwijzen wij u door. Naast deze regelingen hanteren diverse gemeenten en instanties uitstelregelingen, extra tegemoetkomingen, etc..  Onderstaand een overzicht van de relevante regelingen zoals die op 31 maart 2020 bekend zijn. De ontwikkelingen gaan echter snel. Neem daarom voor meer informatie en de aanpak in uw situatie contact met ons op.

Vijf banken geven een half jaar uitstel

ABN AMRO, ING, Rabobank, de Volksbank en Triodos Bank geven bedrijven zes maanden uitstel van aflossing op hun lopende verplichtingen. ABN AMRO geeft ook uitstel op de renteverplichting. Voorwaarde is wel dat uw bedrijf in de kern gezond is. Dit geldt voor financieringen tot € 2,5 miljoen.
De financiële nood onder ondernemingen in tal van bedrijfstakken is groot. Daarom komen banken nu in aanvulling op het omvangrijke pakket van het kabinet met gezamenlijke maatregelen, die hun zakelijke klanten meer lucht geven. Kleinere ondernemingen die in de kern gezond zijn, krijgen zes maanden uitstel van aflossing op hun lopende leningen. Dit hebben ABN AMRO, ING, Rabobank, de Volksbank en Triodos Bank besloten. ABN-AMRO heeft als enige bank ook de renteverplichting opgeschort. Bij de andere banken is dit (nog) niet het geval.

Financieringen tot € 2,5 miljoen. De gezamenlijke aanpak van banken biedt ruimte voor zakelijke klanten in alle sectoren met een financiering tot € 2,5 miljoen. Voor de groep met een hogere verplichting zullen banken de verdere ontwikkelingen scherp volgen.
Voor vragen hierover kunt u contact opnemen met Bram den Hollander (06-22816115), Jan Moggré of Ronny Vette.

Gecombineerde opgave

Voor 15 mei moet de gecombineerde opgave weer worden ingediend. Dit jaar zijn er weer extra vragen in de gecombineerde opgave. Deze worden 3 maal in de 10 jaar gesteld. Dit is in het kader een de Europese landbouwtelling. (Integrated Farm Statistics). Ze gaan bijvoorbeeld over scholing en mestgebruik.

In verband met de bijzondere omstandigheden is het mogelijk de opgave, samen met u, online (op afstand) in te vullen.
Heeft u hulp nodig of wilt u hier meer over weten neem dan contact op met Bram den Hollander (06-22816115) of Jan Moggré (akkerbouw, 06-38 78 78 55).

Overzicht overheidsregelingen corona (stand van maatregelen 31 maart 2020)

Het kabinet heeft, zoals het zelf zegt, 'uitzonderlijke economische maatregelen' genomen. Het doel is om naast onze gezondheid ook onze banen en inkomens te beschermen en de gevolgen voor zzp’ers, ondernemers en grootbedrijven op te vangen. De maatregelen zorgen ervoor dat bedrijven hun personeel kunnen doorbetalen, bieden zelfstandigen een overbrugging en maken het via versoepelde belastingregelingen, compensatie en extra kredietmogelijkheden mogelijk dat er geld in de bedrijven blijft. Hierna beschrijven we de maatregelen in hoofdlijnen.

  • Een ondernemer die een omzetverlies verwacht van ten minste 20%, kan bij het UWV voor een periode van drie maanden een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid – NOW). Deze tegemoetkoming bedraagt maximaal 90% van de loonsom, afhankelijk van het omzetverlies. Het UWV zal een voorschot verstrekken van 80% van de gevraagde tegemoetkoming. Voorwaarde is dat er geen personeel ontslagen mag worden om bedrijfseconomische redenen in de subsidieperiode. Neem hiervoor contact op met uw accountant of het UWV.
  • Er is een tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandig ondernemers (Tozo) met een levensvatbaar bedrijf die tijdelijk in de knel zitten. Lees meer
  • Ondernemers kunnen onder bepaalde voorwaarden uitstel van inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonbelasting aanvragen. Neem hiervoor contact op met uw accountant of boekhouder.
  • De regels voor de Borgstelling MKB-kredieten zijn versoepeld. Met de maatregel kunnen bedrijven onder gunstigere voorwaarden geld lenen bij de bank. De BMKB is bestemd voor ondernemingen met maximaal 250 werknemers (fte) met een jaaromzet tot 50 miljoen euro of een balanstotaal tot 43 miljoen euro. Voor land- en tuinbouwbedrijven komt er een tijdelijke borgstelling voor werkkapitaal onder de regeling Borgstelling MKB-Landbouwkredieten. Neem hiervoor contact op met uw agrarisch adviseur.
  • (Middel)grote bedrijven die moeite hebben om bankleningen en - garanties te krijgen kunnen gebruikmaken van de Garantie Ondernemersfinanciering-regeling (GO). Een onderneming kan met de GO-regeling minimaal 1,5 miljoen euro en maximaal 50 miljoen euro lenen. Neem ook hiervoor contact op met uw agrarisch adviseur.
  • Qredits komt bestaande klanten die geraakt worden door de coronacrisis tegemoet in het dragen van hun financieringslasten. De verstrekker van microkrediet verleent 6 maanden uitstel van aflossing. De rente gaat in die periode omlaag naar 2%. Kleine ondernemers en zzp’ers die nog geen krediet hebben bij Qredits, kunnen daar terecht voor het aanvragen van een lening of overbruggingskrediet als gevolg van de coronacrisis.
De regeling Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS), waarmee ondernemers recht kunnen krijgen op een bedrag van € 4.000, is niet van toepassing op bedrijven in de agrarische sector.

Voor vragen hierover kunt u contact opnemen met
Margreet van Drimmelen
06 -12653139


Deel dit artikel

Lees verder ›

Omgevingswet nog niet in werking op 1 januari 2021

De invoering van de Omgevingswet kost meer tijd dan verwacht. Dat schrijft minister Stientje van Veldhoven voor Milieu en Wonen aan de Eerste en Tweede Kamer. In de brief gaat de minister in op de haalbaarheid van de inwerkingtreding per 1 januari 2021.

De Omgevingswet bundelt 26 wetten en honderden andere regelingen voor onder meer ruimtelijke ordening, infrastructuur, milieu en water.
De combinatie van een stevige implementatieopgave en de maatregelen rond het coronavirus heeft grote impact op alle partijen die werken aan de Omgevingswet.
De Omgevingswet kan alleen in werking als het digitale stelsel op orde is, zowel landelijk als lokaal. Het voorstel voor de Aanvullingswet en het ontwerp van het Aanvullingsbesluit natuur liggen momenteel als laatste inhoudelijke wetgevingsproducten van het stelsel van de Omgevingswet voor in de Eerste Kamer.

De decentrale overheden, het Rijk en ICT-aanbieders werken hard door aan de voorbereiding van de Omgevingswet. Ook het gezamenlijk werken aan de totstandkoming van de wet- en regelgeving gaat door. Alle partijen zien de voordelen van de Omgevingswet en zetten zich in voor een spoedige en zorgvuldige inwerkingtreding. Minister Van Veldhoven bespreekt met de rijkspartijen, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en de Unie van Waterschappen hoeveel extra tijd er nodig is om de Omgevingswet verantwoord in te laten gaan.
De minister zal op een later moment bekendmaken wanneer de Omgevingswet wel in werking zal treden.

Elly Brouwer Ruimtelijke ontwikkeling buitengebied
0617005241
elly@brouweragrarischadvies.nl


Deel dit artikel

Lees verder ›