TVL: tegemoetkoming vaste lasten

Aanvraag Q1 2021 mogelijk vanaf 15 februari 2021

Op maandag 15 februari jl. is het loket bij RVO opengegaan voor aanvragen van de TVL voor Q1 2021. Ook landbouwbedrijven kunnen vanaf het vierde kwartaal 2020  voor deze regeling in aanmerking komen. De regeling is in het kader van COVID-19 regelingen. De TVL helpt bedrijven bij het betalen van een deel van hun vaste lasten, exclusief loonkosten. Onder meer huur, abonnementen, verzekeringen, worden met de TVL deels gedekt.

Voorwaarden voor de subsidie
Een aanvraag indienen,  via RVO, gaat betrekkelijk eenvoudig. Voordat u een aanvraag indient is het verstandig om de voorwaarden goed door te nemen. Want aanvragen is één maar de definitieve vaststelling volgt na afloop van het kwartaal. Klik hier om de voorwaarden op RVO te bekijken.

Hoogte van de subsidie

De hoogte van de subsidie wordt vastgesteld aan de hand van de volgende formule:
subsidie = normale omzet  x omzetverlies in % x aandeel vaste lasten in % x 50%*
* percentage van 50% geldt bij het minimumomzetverlies van 30%. Bij een omzetverlies van 100% kan het percentage oplopen tot 70%
Met de adviestool van RVO (klik op adviestool) kunt u bepalen hoe hoog uw subsidiebedrag kan zijn.
Toelichting op de formule: Normale omzet
Om een indicatie van de omzetcijfers te krijgen kunt u uit uw BTW-aangifte het eerste kwartaal van 2019 (= normale omzet) nemen.
Omzetverlies in %
Hiervoor vergelijkt u, vanuit uw BTW-aangifte (die uiteraard nog niet compleet is) het eerste kwartaal van 2021 met dat van 2019 en berekent u het procentuele verlies aan omzet.
Aandeel vaste lasten
Aan de hand van uw SBI-code moet u het aandeel vaste lasten bepalen. Voor bijvoorbeeld SBI-code 01.13.4 =  Teelt van aardappels en overige wortel- en knolgewassen, is het aandeel vastgesteld op 20%. Op de adviestool van RVO vult u uw SBI-code in en de tool geeft het aandeel vaste lasten in % weer.

U kunt alleen voor subsidie in aanmerking komen als uw een omzetverlies van 30% of meer hebt berekend en uw vaste lasten meer dan € 1.500 per kwartaal bedragen voor uw hoofdactiviteit? Het bedrag aan vaste lasten staat nog op €3.000, maar gaat nog omlaag naar € 1.500. Hiervoor is toestemming van Europa nodig. Zijn uw vaste lasten lager dan €3.000, maar hoger dan € 1.500 per kwartaal, dan kunt u wel een aanvraag Q1 2021 indienen.

Blijkt na afloop dat u niet voldoet aan de voorwaarden voor de regeling of dat uw omzetverlies of uw vaste lasten lager waren dan u hebt doorgegeven dan moet u het ontvangen bedrag terugbetalen. Dit is uiteraard heel zuur, daarom is een goede beoordeling van de voorwaarden en het omzetverlies vooraf belangrijk.

Voor vragen over de TVL- regeling kunt u contact opnemen met Margreet van Drimmelen (info@vandrimmelenadvies.nl).


Deel dit artikel

Lees verder ›

Tozo-regeling

Op hoeveel Tozo heb ik recht? Wat als mijn inkomen wijzigt?

Wanneer uw gezinsinkomen door de coronacrisis onder het sociaal minimum is gekomen, kunt u een aanvulling van dit inkomen aanvragen bij de gemeente via de Tozo-regeling.  De uitkering levensonderhoud kan aangevraagd worden vanaf de 1e van de maand voorafgaande aan de maand waarin de aanvraag is gedaan. Vraagt u bijvoorbeeld een uitkering voor levensonderhoud aan op 15 februari 2021, dan kan kunt u deze uitkering met terugwerkende kracht aanvragen vanaf 1 januari 2021.

De Tozo regeling vult het netto-gezinsinkomen van een ondernemer aan tot het sociaal minimum. Ook het inkomen van de partner telt hierbij mee. Het sociaal minimum voor een echtpaar/gezin is per 1-1-2021 € 1.503 (voor alleenstaande € 1.052). De Tozo-uitkering wordt op voorschotbasis verstrekt.

Hoe bepaalt u uw netto-inkomen? Voor de aanvraag van de Tozo moet u echter uw netto-inkomen per maand weten. Hoe bepaalt u dat?
  • Bepaal uw omzet per maand
  • U kunt dit best vanuit uw BTW-administratie doen over de betrokken periode.
  • Bepaal de bedrijfskosten per maand. Ook deze kunt u uit uw BTW-administratie halen.
  • Kosten die u slechts enkele malen per jaar maakt (onderhoud bedrijfsmiddelen, verzekeringen, administratiekosten, etc). mogen naar rato meetellen als kosten per maand. Raadpleeg hiervoor uw boekhouding van het afgelopen jaar.
  • Omzet minus bedrijfskosten zijn de winst van die maand.
  • Bedragen van omzet en kosten worden exclusief BTW gerekend
  • Van de winst mag u 18% afhalen vanwege nog te betalen belastingen.


Bij de Tozo-regeling wordt het recht en de hoogte op de uitkering per maand vastgesteld. Dat betekent ook dat inkomsten moeten worden toegerekend aan de betreffende maand. Inkomen dat u in februari hebt ontvangen voor de verkoop van producten in januari, moet u aan januari toerekenen. Hetzelfde geldt uiteraard voor de betaling van kosten. Het gaat in deze regeling dus nadrukkelijk niet om een jaarinkomen, maar om uw netto-inkomen per maand.

Wanneer u vennoot bent in een vof of cv dan kan aan de hand van de winstverdeling zoals die is afgesproken een verdeling van de winst over de vennoten worden gemaakt. Ook een DGA van een BV kan in aanmerking komen voor een Tozo-uitkering. Om het netto-inkomen te berekenen zijn afzonderlijke rekenregels opgesteld.

Wijzigingen tijdig doorgeven aan de gemeente! Te veel ontvangen Tozo wordt teruggevorderd.

Bij de aanvraag van de Tozo-uitkering hebt u uw geschatte netto-inkomen per maand aan de gemeente opgegeven, aan de hand waarvan de gemeente u een Tozo-uitkering op voorschotbasis heeft toegekend (mits u uiteraard aan de voorwaarden voldeed). Iedere wijziging die van belang is voor de uitkering moet u doorgeven aan de gemeente. Wijzigt het inkomen dat u opgegeven hebt aan de gemeente? Geef dit dan direct door zodat de hoogte van uw Tozo-uitkering aangepast kan worden. Hiervoor kunt u het wijzigingsformulier gebruiken. Is uw inkomen hoger dan het inkomen waarop de Tozo is berekend? Dan moet u een bedrag terugbetalen. Als het inkomen lager is, dan krijgt u een nabetaling.

  Voor vragen over de Tozo-regeling kunt u contact opnemen met Margreet van Drimmelen (info@vandrimmelenadvies.nl)


Deel dit artikel

Lees verder ›

Korte tips

Alweer een jaar verder! Hieronder een aantal korte tips, die er altijd toe doen, maar waar u in het winterseizoen misschien wat meer tijd voor in kunt ruimen:

Maatschap / vof en de praktijksituatie

De tijd vliegt, zo ook de tijd dat u alweer in maatschap/vof zit met uw kind(eren), familie of derden. In de tussentijd is er vast alweer één en ander veranderd: aan het bedrijf, of aan de situatie van de maten/vennoten. Goed om de akte er eens bij te pakken en na te gaan of de bepalingen nog overeenkomen met de wensen en/of met de situatie.

Kavelruilen: het hoeft niet, het kan wel!

Het grote voordeel van kavelruil is dat dit vrijwillig is. Je ruilt grond met een collega-boer of (een) andere partij(en), met het uitgangspunt dat je er voordeel aan kunt behalen. Bijkomend pluspunt is dat er bij kavelruilen in Zeeland onder voorwaarden subsidiemogelijkheden zijn voor de kavel-aanvaardingswerken op het toe te bedelen perceel. Zijn er in uw situatie misschien mogelijkheden ter optimalisatie van uw bedrijfssituatie dmv kavelruil? Kijk ook eens op www.kavelruilbureauzeeland.nl

Samenwerken is communiceren

Of dit nu is binnen het gezinsbedrijf of binnen een samenwerkingsverband met ‘derden’: communiceren is een belangrijk iets. Gemakkelijker gezegd dan gedaan! Meestal gaat het niet alleen om de dagelijkse gang van zaken, maar juist om ‘grotere en/of diepere’ items: de visie op de toekomst, de strategie, hoe jullie de samenwerking ervaren. Waardevol: terugkijken / evalueren en vooruitblikken.

Bedrijfsopvolging en bedrijfsbeëindiging

Een bedrijfsopvolging houdt tegelijkertijd ook een bedrijfsbeëindiging in. De één geeft het stokje over aan de ander(en). In één van de voorgaande artikelen is aandacht besteed aan ‘opvolger(s) zonder overall’. Mocht u belangstelling hebben om hier meer over te weten te komen en wilt u daarover met anderen van gedachten wisselen, dan kunt u zich nog opgeven voor een studiegroep. Zodra de Corona-maatregelen het toelaten gaan we hier actief mee aan de slag.

Liesbeth Versluijs-Pons



Deel dit artikel

Lees verder ›

Stoppen zonder opvolger

In de afgelopen jaren heeft u een reeks artikelen van ondergetekende kunnen lezen gericht op duurzame energie en binnen dit onderwerp vooral artikelen over de regeling “Stimulering Duurzame Energie ‘SDE”. Deze keer gaat het over een geheel ander onderwerp nl. “Stoppen zonder opvolger”.

Bedrijfsoverdracht en stoppen is voor vele agrarische ondernemers een lastig onderwerp. Ik ben op 1 maart 1990 in dienst getreden van de toenmalige ZLM als Hoofd Sociaal Economische Voorlichting. In het kader van mijn “inwerken” ging ik in de eerste dagen met alle SEV-ers een dag op stap, de praktijk in. De eerste voorlichter had een gesprek met een vader en een zoon over een van de belangrijkste onderwerpen in het werk nl. een bedrijfsoverdracht. Wij werden ontvangen door een man van, naar mijn inschatting, 60-65 jaar. Het gesprek begon over het weer en andere koetjes en kalfjes. Ik luisterde vooral. Na zo’n 15 minuten begon ik mij af te vragen waar de zoon bleef. Een tijd afspreken en dan zoveel te laat komen, dat hoort toch niet. Ondertussen vernam ik wie in het dorp met wie was getrouwd, of ze al kinderen hadden en hoe het daar mee ging. Na een half uurtje begon ik mij iets te irriteren en dacht “ dit moeten we toch wel wat efficiënter gaan aanpakken”.
Maar kort daarna werd er ter zake gekomen en wat bleek. De zoon was al aanwezig maar de vader niet. Die, 87 jaar inmiddels, zat met een gebroken been in het bejaardentehuis en kon niet komen.

Ja, stoppen is voor velen moeilijk. 30 jaar geleden al en ook nu nog. Zeker ook zonder opvolger. Dat geldt ook voor mij. Maar het gaat ervan komen. Per 31 december a.s. stop ik met mijn “Withagen Project & Advies”. Een drietal langjarige projecten lopen nog enkele maanden door in 2021. Ik hoop nog te zien dat er op Noord-Beveland een aantal huidige turbines worden ontmanteld en een nieuw park wordt gebouwd.

Stoppen zonder opvolger, mijn kinderen hebben een andere richting gekozen.
In de afgelopen maanden heb ik mij meerdere vragen gesteld zoals, om er een paar te noemen.
- Hoe stop ik eigenlijk?
- Waar moet ik mijn bedrijf allemaal uitschrijven? Bv bij welke instanties zoals voor sociale zekerheid.
- Zijn er nog fiscale gevolgen en hoe gaat dat dan verder? Wat met rekeningen, die ik nog krijg na de jaarwisseling. Moet ik mijn boekhouder nog aan houden?
- Is het inkomen nog voldoende om redelijk van de kunnen leven?
- En waar ga ik mij mee bezig houden?
En in tegelstelling tot u als agrariër hoef ik mij niet af te vragen: wat doe ik met mijn grond en mijn gebouwen. En mijn “machinepark” bestaat uit een auto en een computer. Die worden naar “prive” overgeheveld.

Voor u als agrariër nog veel lastiger dan voor mij. Met nog veel meer vragen. U heeft echter een geluk. U kunt met u vragen terecht bij de AGRO ADVISEURS ZUIDWEST. Er wordt een nieuw product gelanceerd. “Stoppen zonder opvolger” wordt het thema “BEDRIJFSOPVOLGING DOOR KINDEREN ZONDER OVERALL”. In het artikel van 2 november heeft u hierover al kunnen lezen en ook in de komende maanden wordt hieraan de nodige aandacht besteed. Maar bij de AGRO Adviseurs ZUIDWest kunt u natuurlijk ook terecht voor alle vragen rond de “ gewone” bedrijfsoverdrachten (met overall) en ook voor de situatie voor stoppen zonder opvolger. Mijn laatste advies: maak er gebruik van als u het bedrijf gaat over dragen of gaat stoppen. Hulp bij de vele vragen, die bij dit proces een rol spelen, is van groot belang. Uitwisseling van ervaringen en kennis kan een bijdrage leveren aan het oplossen van de vele vragen.

Ik heb inmiddels een groentebak van ongeveer 25m² aangelegd en ga vanaf volgend jaar “groenteteler” worden. Na ruim 42 jaar in en voor de agrarische sector bezig te zijn geweest, blijf ik toch nog een beetje betrokken bij de sector. De laatste 25 jaar was in vooral bezig met windenergieprojecten, opgezet door en voor agrariërs. Maar de agrarische sector zelf laat je nooit los.

Tot slot (maar kort)
Veel dank aan iedereen voor de prettige samenwerking in vele jaren. Het gaat u allen goed.

Jan Withagen.


Jan Withagen schreef zijn laatste artikel in zijn ‘Agro Adviseurs Zuidwest’ carrière als bedrijfbeëindiger. Graag willen wij hem bedanken voor zijn inzet in, en betrokkenheid bij de agrarische adviespraktijk als adviseur en als collega. We wensen Jan en zijn gezin alle goeds toe met vele gezonde oogsten!

Jan, Ronnie, Elly, Bram, Liesbeth, Cornelis, Margreet






Deel dit artikel

Lees verder ›

Fosfaatnormen

Per 1 januari gaat de nieuwe fosfaatindicator in op basis van P-PAL en P-PAE. Op veel bedrijven, in het Zuidwesten, betekent dit een forse achteruitgang op de aan te voeren fosfaat. In een onderzoek, dit voorjaar in onze studiegroepen, kwamen we op een gemiddelde achteruitgang van 12%, met uitschieters tot meer dan 30%.
Voorlopig is bepaald dat er een overgangsregeling komt van 4 jaar, waarin het mogelijk is om de uitslagen van grondmonsters te gebruiken van maximaal 4 jaar oud. Grondmonsters gestoken voor 1 januari blijven dus 4 jaar geldig.

Perceel-check

In 2021 krijgen alle bedrijven in het Zuidwesten te maken met een nieuwe perceel-check.
BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie). Alle perceelgrenzen worden opnieuw beoordeeld. U krijgt hiervoor een uitnodiging van RVO om deze check uit te voeren. Dit zal zijn na het indienen van de gecombineerde opgave 2021. Dus vanaf eind mei. Het is belangrijk om alle nieuwe topografische perceelgrenzen goed na te kijken. Perceelgrenzen zijn door de gebruiker niet te wijzigen. Ben u het ergens niet mee eens dan kunt u op het betreffende perceel een opmerking plaatsen. Dit wordt vervolgens beoordeeld door RVO.

Aardappelcontracten

Binnen nu en enkele weken kunt u weer contracten tekenen voor de afzet van uw aardappelen, teeltjaar 2021. Over de situatie in de aardappelafzet is al veel geschreven. Wat zeker is, is dat de teeltkosten de laatste jaren enorm gestegen zijn. Voordat u een contract tekent is het belangrijk dat u de kosten weet in relatie tot de netto opbrengst die u gemiddeld haalt.
Als je kijkt naar de gemiddelde netto afgeleverde kilogrammen in het Zuidwesten en u bent lang bewaarder, dan kan het niet anders zijn dan dat uw contract met een 2 begint.
Eerst rekenen dan tekenen.

Jan Moggré

Deel dit artikel

Lees verder ›

Mogelijke herbeoordeling arbeidsongeschiktheid door UWV voor mensen met ME/CVS

Hebt u in het verleden een arbeidsongeschiktheidsuitkering bij het UWV aangevraagd (WIA, Wajong, WAO of WAO), omdat u ME/CVS hebt? En is de aanvraag afgewezen met als reden dat u niet voldoende aan uw herstel had gewerkt? U komt mogelijk alsnog in aanmerking voor een uitkering.

Wat houdt het in?

Wanneer u in het verleden een arbeidsongeschiktheidsuitkering bij het UWV hebt aangevraagd, omdat u ME of CVS hebt, dan kan het zijn dat u niet in aanmerking kwam voor een uitkering, omdat de verzekeringsarts vaststelde dat u zelf niet voldoende hebt gedaan aan uw herstel. Het UWV was van mening dat als iemand geen cognitieve gedragstherapie (CGT) of graded exercise therapy (GET) had gevolgd, hij/zij onvoldoende had gedaan om te herstellen, wat een reden was om de aanvraag af te wijzen. Echter, door nieuwe inzichten in de ziektes ME en CVS kijkt het UWV hier nu anders tegenaan. U kunt daarom een herbeoordeling aanvragen, waarna u mogelijk alsnog in aanmerking komt voor een uitkering.

Neem contact op met Margreet van Drimmelen voor meer informatie en hulp bij de aanvraag van de herbeoordeling.

AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd in 2021 bedraagt 66 jaar en 4 maanden.

AOW-toeslag en inkomen werkende partner

Ontvangt u zelf een AOW-uitkering?  En heeft u een aanvullende toeslag, omdat u al voor 1 januari 2015 een AOW-uitkering ontving en uw partner een laag inkomen had? Is uw partner door de coronacrisis tijdelijk (meer) gaan werken? Dan kan het zijn dat de SVB de AOW-toeslag heeft beëindigd. Normaal gesproken zou er dan bij een daling van inkomen geen nieuw recht op toeslag gaan herleven. Maar is uw partner werkzaam in een cruciaal beroep? Dan kunt u, als het inkomen van uw partner daalt en de daling langer dan 3 maanden heeft geduurd, toch opnieuw recht op toeslag krijgen. Check via onderstaande link of uw partner werkzaam is in een cruciaal beroep.

Voor vragen over de AOW en de AOW-toeslag? Neem contact op met Margreet van Drimmelen.

Deel dit artikel

Lees verder ›

Steunmaatregelen overheid aan ondernemers vanwege coronavirus

Is uw bedrijf getroffen door de gevolgen van het corona-virus? De overheid heeft verschillende regelingen getroffen om bedrijven tegemoet te komen. In een eerdere nieuwsbrief kon u hierover al meer lezen. Onderstaand een update van de regelingen TVL, Tozo en NOW.

TVL: tegemoetkoming vaste lasten

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) helpt bedrijven bij het betalen van een deel van hun vaste lasten, exclusief loonkosten. Onder meer huur, abonnementen, verzekeringen, worden met de TVL deels gedekt. TVL 1 is inmiddels afgelopen en kan niet meer aangevraagd worden. De verlengde TVL regeling loopt van 1 oktober 2020 tot en met eind juni 2021. De verlengde TVL-regeling is opgedeeld in 3 periodes van 3 maanden. Bedrijven die aan de voorwaarden van de TVL voldoen, moeten voor iedere periode een nieuwe aanvraag doen bij RVO.nl.

Wat houdt de regeling in?

Ondernemers die meer dan 30% omzetverlies hebben door de coronacrisis kunnen een tegemoetkoming krijgen. Het minimale subsidiebedrag is 750 euro, en kan oplopen tot 90.000 euro belastingvrij over 3 maanden.

Voor wie is deze regeling?

In het 4e kwartaal van 2020 kunnen alle mkb bedrijven met 30% omzetverlies de verlengde TVL-subsidie aanvragen. Er is geen beperking van SBI-codes, krediet- en financiële instellingen en holdings zijn uitgezonderd. Er zijn voorwaarden voor het ontvangen van TVL van toepassing. Het bedrijf moet bijvoorbeeld vóór 15 maart 2020 zijn opgericht en ingeschreven in het KVK Handelsregister en een fysiek vestigingsadres hebben.

U vindt de SBI-code waarvoor u TVL aanvraagt in de adviestool TVL bij RVO.nl. Wijzigen van uw SBI-code in het KVK Handelsregister heeft geen invloed op uw aanvraag TVL.

Hoe doe ik een aanvraag?

Aanvragen van de verlengde TVL Q4 2020-regeling kan vanaf 25 november 2020 tot en met 29 januari 2021 bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Voortzetting Tozo 3, invoering Tozo 4 per 1 april 2021

Om ondernemers die hard getroffen zijn door de gevolgen van het coronavirus te ondersteunen is sinds voorjaar 2020 de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) in het leven geroepen.
Inmiddels zitten we al in de Tozo 3 regeling, die geldt voor de periode van 1 oktober tot 1 april 2021. De Tozo 4 geldt voor de periode 1 april 2021 tot 1 juli 2021. De Tozo 4 kan vanaf 1 april 2021 worden aangevraagd.

In het oorspronkelijke plan zou per 1 oktober 2020 een beperkte vermogenstoets (“toets op beschikbare geldmiddelen”) worden ingevoerd. Met de invoering van nieuwe strengere coronamaatregelen is besloten de invoering uit te stellen tot 1 april 2021. Vanaf 1 april 2021 (Tozo)
4) geldt wel een vermogenstoets. Begin 2021 volgt hierover meer informatie.
Tozo 3: verdere verlenging noodmaatregelen voor zelfstandig ondernemers

De regeling bestaat uit 2 voorzieningen
  1. Een inkomensondersteuning voor levensonderhoud, deze vult het huishoudinkomen aan tot het sociaal minimum.

  2. Een lening voor bedrijfskapitaal tot maximaal € 10.157.

Inkomensondersteuning voor levensonderhoud

Ondernemers die als gevolg van de coronacrisis een inkomen verwachten onder het sociaal minimum, kunnen om inkomensondersteuning vragen. Gehuwden en samenwonenden kunnen een aanvulling krijgen tot maximaal € 1.500 netto en alleenstaanden (vanaf 21 jaar) tot € 1.050 netto. Voor personen onder de 21 jaar gelden andere normbedragen. Het bedrag is een gift en hoeft dus niet te worden terugbetaald.

Het is mogelijk om nog aanvragen met terugwerkende kracht in te dienen.

Voor vragen over de Tozo kunt u contact opnemen met Margreet van Drimmelen (info@vandrimmelenadvies.nl of telefonisch 06-12653139)

 

NOW: tegemoetkoming in loonkosten personeel

Werkgevers die structureel omzetverlies hebben en voldoen aan de voorwaarden, kunnen met de NOW een tegemoetkoming in de loonkosten krijgen. Doel is zoveel mogelijk werknemers aan het werk houden. Ook oproepkrachten, uitzendwerkers en payrollmedewerkers vallen onder de NOW.

NOW 2.0 is niet meer aan te vragen. De regeling is onder de naam NOW 3 verlengd van 1 oktober 2020 tot en met 30 juni 2021. Enkele voorwaarden zijn aangepast. Met de simulatietool van UWV bereken je (schat je in) hoe hoog het definitieve bedrag wordt.

Subsidie voor het eerste tijdvak van de NOW 3 is met terugwerkende kracht vanaf 16 november aan te vragen bij het UWV. Op dit moment is de regeling dus gesloten.

Voor wie is deze regeling?

Deze NOW 3 is voor ondernemers met personeel die verwachten dat ze minimaal 20% minder omzet draaien over een periode van 3 maanden. Vanaf januari gaat die drempel van 20% omzetverlies omhoog naar 30%. Weten of je aan de voorwaarden voldoet en aanspraak kunt maken? Lees dan het uitgebreide artikel over de NOW.

Hoe doe ik een aanvraag?

UWV voert de NOW 3 uit vanaf 16 november. Je hebt straks voor de aanvraag geen eHerkenning nodig.

  Margreet van Drimmelen.

Deel dit artikel

Lees verder ›

Nieuwe fosfaatnormering voor gebruiksnorm

Vanaf 1 januari 2021 is de bepaling van de fosfaattoestand vernieuwd. Zowel voor grasland als bouwland wordt de toestand dan vastgesteld op basis van de volgende 2 indicatoren; het P-AL getal en het P-CaCl getal (ook wel het P-PAE getal genoemd). Het Pw-getal vervalt.

Tot en met 2020 blijft het P-AL-getal (grasland) en het Pw-getal (bouwland) van toepassing voor het bepalen van de fosfaattoestand van de grond. Het is de afspraak om per 1 januari 2021 een gecombineerde indicator in te voeren om de fosfaattoestand van zowel grasland als bouwland te bepalen. Dit wordt een combinatie van:
  • Het P-AL getal. De bodemvoorraad, die een beeld geeft van de totale hoeveelheid fosfaat in de bodem.

  • Het P-CaCl getal. De plant beschikbare voorraad, die een indicatie geeft van de beschikbare hoeveelheid fosfaat in de bodem. Dit wordt ook wel het P-PAE getal genoemd.

Er zijn situaties waarin de nalevering uit de bodemvoorraad stagneert. Dit is het geval als het fosfaat gebonden is aan ijzer of aluminium (bij een lage pH) of aan organische stof of calcium (bij een hoge pH). Er is dan wel veel fosfaat in de bodemvoorraad aanwezig, maar de plantbeschikbaarheid is laag. Er is dan er een hogere fosfaatgift nodig.

De nieuwe wetgeving houdt hiermee rekening. Per 1 januari 2021 verandert als gevolg daarvan ook de klasse-indeling. Deze wordt voortaan gebaseerd op de meting van zowel de plantbeschikbare hoeveelheid fosfaat (P- CaCl2) en de fosfaatvooraad (P-Al). Die nieuwe klasse-indeling sluit nauwkeuriger aan bij de fosfaattoestand van een perceel.

In de tabellen is de fosfaatgebruiksnorm bij de betreffende fosfaattoestand opgenomen, geldig vanaf 2021.

Tabel 1: Fosfaattoestand en fosfaatgebruiksnormen grasland


Tabel 2: Fosfaattoestand en fosfaatgebruiksnormen bouwland


Er is geen heldere en duidelijke overgangsregeling opgenomen, maar in het 6e Actieprogramma is echter aangegeven dat bestaande analyses, van de fosfaattoestand van een perceel, ook na 1 januari 2021 geldig blijven (maximaal vier jaar vanaf monsterdatum). Voorwaarde is wel dat deze monsteruitslagen dan ook zijn gebruikt bij de opgave en aanvraag van de fosfaatdifferentiatie voor 2020 in de Gecombineerde Opgave van 2020. Pas vanaf 1 januari 2021 zou bemonstering moeten plaatsvinden op basis van de gecombineerde indicator.

Voorbeeld: een bodemanalyse van een perceel van 4 hectare grasland toont een P-AL getal van 25 en een P-PAE getal van 2,7. In 2020 valt dit perceel in de klasse P-AL 16 t/m 26, oftewel in klasse ‘laag’, waarbij een norm van 105 kg fosfaat per hectare geldt. Vanaf 2021 is de indeling van de klassen anders en telt ook het P-PAE getal mee in de bepaling. Zoals in de bovenste tabel te zien is, valt ditzelfde perceel volgens de nieuwe bepaling in klasse ‘ruim’, waarbij een norm van 90 kg per hectare geldt. Dat betekent een verlies van 15 kg fosfaatplaatsingsruimte per hectare, ofwel een verlies van 60 kg fosfaatplaatsingsruimte voor dit ene perceel.

Voor akkerbouwers betekent een verlaging van de fosfaatplaatsingsruimte een beperking in de aanvoer van meststoffen. Voor melkveehouder kunnen de effecten nog groter zijn. Minder fosfaatplaatsingsruimte betekent een groter fosfaatoverschot. Dus meer mest afvoeren en meer fosfaat verwerken in het kader van de mestverwerkingsplicht. Daarnaast levert het mogelijk problemen op in het kader van de Wet Grondgebonden Groei. In dat geval moet, óf extra land in gebruik genomen moeten worden, óf de fosfaatproductie van veestapel moeten worden verkleind!

Advies is om nu al de gevolgen van wijzigingen voor uw bedrijf in beeld te krijgen. Laat u bij het opstellen van het bemestingsplan aankomend voorjaar niet verrassen door de uitkomsten. De tijd tot het invullen van de Gecombineerde Opgave en daarmee het vaststellen van de dierlijke mestplaatsingsruimte is dan nog beperkt. Als u dan nog op zoek moet naar extra land valt wellicht niet mee en zorgt voor onvoorziene kosten.

Bram den Hollander
bram@idv-advies.nl
06-22 81 61 15.

Deel dit artikel

Lees verder ›

Subsidie jonge landbouwers

Ben je agrarisch ondernemer en jonger dan 41 jaar? Dan kan je vanaf 7 december 2020 tot en met 12 februari 2021 weer subsidie aanvragen. Deze subsidie is speciaal voor jonge landbouwers die willen investeren in de verduurzaming van het landbouwbedrijf waarin zij deelnemen.

De subsidieregeling wordt provinciaal uitgevoerd. De provinciale budgetten voor deze subsidieregeling lopen uiteen van € 300.000 t/m € 1.500.000. Het subsidiebedrag is, bij eenmanszaken of ondernemingen met alleen Jonge landbouwers, 30% van de subsidiabele kosten. Het maximale subsidiebedrag is € 20.000. Een subsidie lager dan € 10.000 wordt niet uitgekeerd. Wanneer er ook niet-jonge landbouwers in het bedrijf deelnemen volgt er een korting van 20% per niet jonge landbouwer. Het investeringsbedrag moet dan hoger zijn om voor de maximale subsidie in aanmerking te komen.

WAT KOMT ER IN AANMERKING VOOR SUBSIDIE?
De volgende categorieën staan op de lijst voor mogelijke investeringen. Het aantal punten is van belang voor de toewijzing van de subsidie. Aanvragen worden gerangschikt op basis van duurzaamheidsscores. Deze wordt bepaald door de mate waarin de investering bijdraagt aan de verduurzaming van het milieu, klimaatbestendigheid, dierwelzijn, volks- en diergezondheid, ruimtelijke kwaliteit en biodiversiteit. De aanvragen met de meeste punten komen het eerst in aanmerking voor toekenning. De subsidieregeling wordt uitgevoerd door de provincies.

Provincie Noord-Brabant, wijziging regeling/openstellingsbesluit.
Provincie Zeeland, openstellingsbesluit
Houdt er daarnaast rekening mee dat subsidie alleen mogelijk is op nieuwe bedrijfsmiddelen, dus geen tweedehandse!

Cat. Investeringscategorie Aantal punten
     
1 Zonnepanelen en zonnecollectoren 6
2 Windmolen 4
3 Kleine windturbine 6
4 Systemen voor precisielandbouw betreffende plaatsspecifieke bemesting, gewasbescherming, bewatering, opbrengstmeting, zaaien/poten of onkruidverwijdering incl. GPS/GIS-apparatuur 9
5 Mechanische mestscheidingsinstallatie 6
6 Machine voor niet kerende grondbewerking en mechanische onkruidbestrijding 9
7 Machine voor spitten en zaaien of poten/planten tegelijk incl. GPS/GIS-apparatuur en installaties om meststoffen en/of gewasbeschermingsmiddelen toe te kunnen dienen 8
8 Voorzieningen voor weidegang: GPS voor koeien, automatische selectiepoort weiden en oversteekplaats (waaronder koetunnel) 7
9 Koematras, waterbed 8
10 Varkensvriendelijke vloeren 8
11 Open watervoorzieningen voor pluimvee, incl. aanleg waterleidingen 6
12 Pad cooling in stallen voor veehouderij 8
13 Energiebesparende maatregelen met behulp van systemen die warmte of koelte hergebruiken om te verwarmen of te koelen 7
14 Waterbeheervoorzieningen ter verlaging van risico’s van verontreiniging door erfafspoeling, incl. opvang en bewerking van afvalwater van diverse sectoren 6
15 Emissiearme vloeren voor melkveehouderij en vleeskalverhouderij 6
16 Biobed of biofilter 5
17 Fijnstof reducerende maatregelen pluimveestallen 8
18 Geautomatiseerd systeem voor afvoer van bovenmatig strooisel van de vloeren van pluimveestallen 6
19 Gecombineerd luchtwassysteem in de veehouderij 5
20 Omgekeerde osmose van spuiwater uit biologische luchtwasser 6
21 Potafdekinstallatie voor de boom-, vaste planten- of sierteelt 5
22 Elektrische voertuigen, gericht op het uitoefenen van landbouwgerichte activiteiten 7
23 Automatisch ruwvoermengsysteem voor herkauwers 7
24 Technieken om bodemverdichting tegen te gaan 8
25 Systemen om productierisico’s te verkleinen (fruitteelt en glastuinbouw) 6
26 Emissiearme stalsystemen voor de varkenshouderij 9
27 Duurzame opslag/bewaartechnieken en koeling (energie-efficiënte melkkoeling & condensdroogsysteem) 8
28 Verwerking en opslag enkelvoudige grondstoffen 7


Aanvragen kan vanaf heden via:
https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/jonge-landbouwers

Bram den Hollander
bram@idv-advies.nl
06-22 81 61 15.


Deel dit artikel

Lees verder ›

Wijziging tarief overdrachtsbelasting

Vanaf 1 januari 2021 wijzigen de tarieven van de overdrachtsbelasting. Ook voor de agrarische sector heeft dat gevolgen.
Het effect op de grondmarkt zal weinig voelbaar zijn. De voorwaardelijke vrijstelling waarbij de landbouwgrond 10 jaar landbouwkundig wordt gebruikt wijzigt niet. Echter, niet in alle gevallen wordt gekozen voor deze vrijstelling.
De bedrijfsmatige tarieven in de overdrachtsbelasting stijgen van 6% naar 8%. Dit geldt dus ook voor de bedrijfsgebouwen. Wanneer mogelijk is het zaak om transacties waarop overdrachtbelasting is verschuldigd nog dit jaar te laten passeren bij de notaris.

0%, 2%, 8%


Voor woningen zijn de veranderingen vanaf 1 januari as. groter. Voor starters is er namelijk een 0% toegevoegd. De vraag is natuurlijk wanneer je een starter bent. Dat geldt voor de leeftijdsgroep 18 -35 jaar. De andere voorwaarde is dat de woning door de koper zelf wordt bewoond. Met name voor de bedrijfsopvolgers is dit interessant.

Wordt een tweede woning gekocht voor recreatie of bijvoorbeeld voor de studerende kinderen dan wijzigt het tarief van 2% naar 8%. Hier kan het dus interessant zijn om de aktepassering naar 2020 te halen. Dit geldt ook voor de overdracht van aandelen binnen een BV. Ook hier stijgt het tarief naar 8%.

Cornelis Lokker


Deel dit artikel

Lees verder ›